In de loop van de afgelopen competitie zijn we diverse malen zaken tegengekomen waarvan we zeggen:
'Dat kan (moet) anders'!

Het gaat om het volgende:

  1. Wees voorzichig na afloop van het spel met het analyseren en terugsteken van de kaarten.
    Dit voorkomt in de volgende ronde dat de ene speler bijv. 14 kaarten heeft en de andere 12.

  2. Schrijjf duidelijk, controleer (als Oost) wat Noord ingevuld heeft.

  3. De dummy pakt niet uitzichzelf een kaart. Hij/zij pakt pas een kaart als die door de leider genoemd is.

  4. Het tellen van de (niet) gemaakte slagen
    Als een spel gespeeld is dan liggen als het goed is aan vier zijden de slagen zoals die tijdens het spel gemaakt zijn, dus rechtop (slag gemaakt) op liggend (niet gemaakt). Voordat nu de kaarten teruggestoken worden, bekijk met de tegenstanders of de slagen juist neergelegd zijn. Zo voorkom je problemen dat als de ene partij de kaarten in elkaar geschoven heeft dat de tegenpartij een slag meer claimt dan wat er in werkelijkheid gemaakt is.

  5.  Houd de notatie aan die al verschillende malen is aangegeven, nml. voor elke kleur maar 1 letter behalve voor SA.
    Dus nogmaals voor alle duidelijkheid:
  • K - Voor Klaveren, 2 klaveren wordt 2K   (dus niet 2Kl)
  • R - Voor Ruiten, 3 Ruiten wordt 3R (dus niet 3Ru)
  • H - Voor Harten, 1 Harten wordt 1H (dus niet 1Ha)
  • S - Voor Schoppen, 6 Schoppen wordt 6S (dus niet 6Sch)
  • SA - Voor Sans Atout, 3 Sans Atout wordt 3SA
  • x - Gedoubleerd
  • xx - Geredoubleerd

    Dit is vooral van belang voor de wedstrijdleiders die de scorebriefjes verwerken in ons uitslagen/rapportage-systeem.